Ouderschapsplan
Een tijd geleden is de Wet Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden. (Voor de volledige wettekst verwijzen u graag naar de volgende website: http://eb.sdu.nl/eb/show.do?key=STB11985&type=op)
Achterliggende gedachten bij deze wet zijn:
- het is voor de ontwikkeling van een kind belangrijk dat het, ook na scheiding van zijn/haar ouders, contact heeft met beide ouders en dat de ouders zich gezamenlijk verantwoordelijk blijven voelen voor zijn/haar verzorging, opvoeding en ontwikkeling.
- uitgangspunt bij de aanpak van de scheiding- en omgangsproblematiek is dat de ouders zich gezamenlijk verantwoordelijk (blijven) voelen voor de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen voor én na de scheiding. Het opstellen van een ouderschapsplan, al dan niet met behulp van mediation, past binnen deze verantwoordelijkheid.
Het ouderschapsplan is een belangrijk onderdeel van deze wet. Gedurende het opstellen van het ouderschapsplan worden de ouders gedwongen ten minste na te denken over welke invulling zij willen geven aan het ouderlijk gezag na scheiding. Uit de praktijk blijkt dat een groot aantal punten van belang zijn om te bespreken:
- de dagelijkse zorg voor de kinderen;
- school;
- sport;
- medische zorg;
- vakantie;
- bijzondere dagen zoals verjaardagen e.d.;
- financiën;
- communicatie tussen de ouders;
- halen en brengen van de kinderen.
Wat betekent dit voor de praktijk? Hieronder wordt op een groot aantal vragen die momenteel met betrekking tot het ouderschapsplan worden gesteld een antwoord gegeven.
Welke onderwerpen bevat het ouderschapsplan?
De ouders maken in het ouderschapsplan in ieder geval over drie onderwerpen afspraken:
1. de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgverdeling),
2. kinderalimentatie, en
3. informatie-uitwisseling over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen.
Het staat ouders vrij om daarnaast ook andere afspraken in het ouderschapsplan vast te leggen.
Moet altijd een ouderschapsplan worden opgesteld ongeacht de relatievorm?
Ja, het maakt niet uit welke juridische vorm de relatie heeft (gehuwd, geregistreerd partnerschap of samenwonend). Alleen geldt in geval van samenwoners dat de verplichting alleen geldt als zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen.
Voor welke kinderen moet een ouderschapsplan worden opgesteld?
De wet bepaalt dat een ouderschapsplan moet worden opgesteld voor:
· de gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten of geregistreerde partners al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Voor samenwoners geldt dit alleen als zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen;
· de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten of geregistreerde partners volgens artikel 253sa of 253t van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het gezag gezamenlijk uitoefenen.
Een ouderschapsplan gaat over minderjarige kinderen. Zijn de kinderen volwassen als de ouders uit elkaar gaan dan hoeft geen ouderschapsplan te worden opgesteld. Voor minderjarige kinderen die bijna meerderjarig zijn geldt de verplichting wel maar kan het ouderschapsplan beperkter zijn.
Een ouderschapsplan is niet nodig voor alle kinderen die deel uitmaken van het gezin. Om welke kinderen gaat het dan wel? Het gaat ten eerste om de gezamenlijke kinderen van de ouders. Dit wil zeggen dat degenen die uit elkaar gaan allebei de juridische ouder zijn van het kind. Het maakt hierbij niet uit of zij gezamenlijk het gezag uitoefenen of slechts één van de twee ouders dit doet. Ten tweede gaat het om kinderen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij samengestelde gezinnen waarbij de ouder en zijn of haar nieuwe partner gezamenlijk het gezag hebben verkregen over het kind uit een eerdere relatie. Dit kan ook voorkomen in een relatie van twee vrouwen waarbinnen een kind wordt geboren en de niet-ouder (‘mee-moeder’ of ‘duo-moeder’) weliswaar het gezag heeft over het kind maar niet tevens de juridische ouder is.
Voor kinderen die wel deel uitmaken van het gezin maar waarvoor het bovenstaande niet geldt, is het dus wettelijk niet verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Uiteraard mag dit wel.
Moet onder het ouderschapsplan de handtekening van beide ouders staan?
Ja, onder het ouderschapsplan -hoewel de wet dit niet meer met zoveel woorden aangeeft- moet de handtekening van beide ouders staan.
Kun je toch scheiden als het niet lukt een ouderschapsplan op te stellen?
Het zal niet in alle gevallen lukken overeenstemming te bereiken over een ouderschapsplan. Dit betekent echter niet dat de scheiding niet kan worden doorgezet. Als dit niet lukt, bestaat de mogelijkheid om een eenzijdig verzoekschrift in te dienen waardoor de toegang tot de rechter altijd is gegarandeerd. Wel zal de ouder in dat geval in zijn of haar verzoek moeten aangeven waarom het niet is gelukt een ouderschapsplan op te stellen en hoe hij of zij vindt dat de onderwerpen uit het ouderschapsplan moeten worden ingevuld. De andere ouder kan dan eventueel verweer voeren.
Vanaf welke datum moet een verzoekschrift een ouderschapsplan bevatten?
Ieder verzoekschrift dat op of na 1 maart 2009 wordt ingediend, moet een ouderschapsplan bevatten. De verzoekschriften die voor die datum aanhangig zijn gemaakt maar nog niet zijn behandeld, hoeven geen ouderschapsplan te bevatten.
Voor hoger beroep geldt dat slechts de appelverzoeken tegen beschikkingen van rechtbanken die zijn gebaseerd op verzoeken die op of na 1 maart 2009 bij de rechtbank zijn ingediend, een ouderschapsplan moeten bevatten.
In hoeverre moeten de kinderen worden betrokken bij het opstellen van een ouderschapsplan?
De wet bepaalt dat het verzoekschrift vermeldt op welke wijze de kinderen zijn betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan. In hoeverre dit mogelijk is, is afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van het kind. Het is dus mogelijk dat in het verzoekschrift staat dat de kinderen niet zijn betrokken gezien hun jonge leeftijd. Voor oudere kinderen geldt wel dat de ouders of advocaat het ouderschapsplan met hen bespreekt.
Kunnen ouders worden gedwongen naar een mediator te gaan?
De rechter kan de echtgenoten naar een mediator verwijzen als het verzoekschrift of de behandeling bij de rechter daartoe aanleiding geeft. Doel is de echtgenoten in onderling overleg afspraken te laten maken over één of meer gevolgen van de echtscheiding. Als de ouders dit echter weigeren, kan de rechter hen hiertoe niet dwingen.
Zorg- en opvoedingstaken en omgang bij scheiding?
De term ‘verdeling van de zorg- en opvoedingstaken’ is gereserveerd voor de ouder met gezag. De term ‘omgang’ voor een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders. Hier vindt u het antwoord op veelgestelde vragen over dit onderwerp.
Wat is het verschil tussen de termen verdeling van zorg- en opvoedingstaken en omgang?
Inhoudelijk zijn de termen vergelijkbaar maar ze worden gehanteerd voor verschillende doelgroepen. De term ‘verdeling van de zorg- en opvoedingstaken’ is gereserveerd voor de ouder met gezag. De term ‘omgang’ voor een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders.
Er is één belangrijk verschil. Een ouder met gezag kan slechts tijdelijk het contact met zijn of haar kind worden ontzegd, terwijl een ouder zonder gezag of een derde de omgang voor onbepaalde tijd kan worden ontzegd.
Kan een ouder met gezag op grond van artikel 377a omgang vragen?
Nee, dit kan niet. Artikel 377a (van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) is alleen van toepassing op een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders. Wel kan de ouder met gezag de rechter verzoeken een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen. Dit wordt ook wel een zorgregeling genoemd. De ouder kan dit verzoek doen op grond van het tweede lid van artikel 253a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Kan de rechter een dwangmiddel opleggen om de zorg- of omgangsregeling af te dwingen?
De rechtbank kan als het belang van het kind zich daartegen niet verzet, een door de wet toegelaten dwangmiddel opleggen. Ook kan de rechter bepalen dat de beschikking, of onderdelen daarvan, met inschakeling van de politie uitgevoerd kan worden (op basis van artikel 812, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
Kunnen grootouders ook een omgangsregeling vragen?
De grootouders kunnen een verzoek doen tot het vaststellen van een omgangsregeling (op grond van artikel 377a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Hiervoor is wel vereist dat zij in een nauwe persoonlijke betrekking staan tot het kind. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als het kleinkind bij de grootouders in huis heeft gewoond.
Het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking wordt niet aangenomen enkel op grond van het zijn van grootouders. Als de rechter vaststelt dat sprake is van die nauwe persoonlijke betrekking zal vervolgens moeten worden beoordeeld of omgang, en zo ja, welke omgangsregeling concreet in het belang van het kind is. De omgang kan worden ontzegd als een ontzeggingsgrond aanwezig is.
De beoordeling is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij de mate van contact zoals dit heeft plaats gevonden van belang is. Ook van belang is bijvoorbeeld de mate van gehechtheid van het kind aan degene die de omgangsregeling verzoekt en de praktische uitvoerbaarheid van een omgangsregeling. De omgangsregeling is qua omvang steeds maatwerk.
(Bron: www.justitie.nl)
mr. Ad van Zandvoort